fechar vs. terminar
Woordvergelijking Portugees
Luister naar fechar
Luister naar terminar
| fechar | terminar |
|---|---|
fe-CHAR verb | /teʁmiˈnaɾ/ verb |
| sluiten; iets dichtmaken of beëindigen | afmaken; het voltooien of beëindigen van een activiteit, taak of periode |
Hoe ze verschillen
‘Terminar’ legt de nadruk op het voltooien van werk of een periode (een taak is klaar), terwijl ‘fechar’ zowel die betekenis kan hebben maar ook fysieke of administratieve sluiting kan betekenen; 'fechar' kan daarnaast ook gebruikt worden in commerciële zinnen ('fechar um negócio').
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je fechar: Gebruik 'fechar' als je het hebt over het afsluiten van een zaak, contract of administratieve handeling, of bij het fysiek sluiten van iets.
Wanneer gebruik je terminar: Gebruik 'terminar' wanneer je wilt benadrukken dat een taak, activiteit of periode voltooid wordt (het werk is af).
Voorbeelden naast elkaar
- Precisamos fechar o contrato até sexta-feira.
(We moeten het contract uiterlijk vrijdag afsluiten.) - Precisamos terminar o relatório até sexta-feira.
(We moeten het rapport voor vrijdag afmaken.)
Register en nuance: Beide woorden zijn neutraal; 'terminar' is gebruikelijk bij het spreken over het afronden van taken, terwijl 'fechar' vaker in commerciële/administratieve contexten voorkomt.