Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Archive.doc

Zweeds Woord van de dag

Alle vorige woorden189 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-06-17prataverbpraten, spreken; informeel met iemand spreken of over iets praten
2026-06-16väntaverbwachten; even blijven tot iets gebeurt of iemand komt
2026-06-15öppnaverbopenen; iets toegankelijk maken (bijvoorbeeld een deur, raam, bestand of butik)
2026-06-14köpaverbbetekent 'kopen' — iets aanschaffen in ruil voor geld
2026-06-13vädersubstantiv (n)de weersomstandigheden; het weer
2026-06-12fortfarandebijwoordnog steeds; nog altijd
2026-06-11jobbaverbwerken; een taak of beroep uitvoeren om geld te verdienen of tijd mee te vullen
2026-06-10lägenhetnounappartement; een afzonderlijke woning in een gebouw
2026-06-09mötenounbijeenkomst; vergadering; afspraak (vaak zakelijk of formeler)
2026-06-08tacktussenwerpselBedankt; gebruikt om dankbaarheid uit te drukken.
2026-06-07affärzelfstandig naamwoordwinkel; zaak (plaats waar je iets koopt). Kan ook 'zakendeal' of 'handel' betekenen.
2026-06-06hemmaadverbthuis; op/aan huis (iemand bevindt zich in zijn huis)
2026-06-05vänzelfstandig naamwoordvriend (persoon met wie je een persoonlijke band hebt)
2026-06-04ringaverbtelefonisch contact opnemen; bellen. Kan ook betekenen: aanbellen (aan de deur).
2026-06-03drickawerkwoorddrinken (een vloeistof innemen); gebruikt om aan te geven dat je iets te drinken neemt
2026-06-02aldrigbijwoordnooit
2026-06-01tillbakabijwoordterug; naar een plaats of toestand waar iets of iemand eerder was
2026-05-31ändåbijwoordtoch; desondanks; in elk geval — geeft aan dat iets gebeurt ondanks een voorafgaande omstandigheid
2026-05-30hjälpaverbhelpen; iemand bijstaan of ondersteunen
2026-05-29billigbijvoeglijk naamwoordgoedkoop, met een lage prijs; kan soms impliceren dat iets van mindere kwaliteit is
Advertisement

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag