Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van geben (Duits)

gebengevenonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van geben
PersoonVervoeging
ichgebe
dugibst
er/sie/esgibt
wirgeben
ihrgebt
sie/Siegeben

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van geben
PersoonVervoeging
ichgab
dugabst
er/sie/esgab
wirgaben
ihrgabt
sie/Siegaben

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van geben
PersoonVervoeging
ichhabe gegeben
duhast gegeben
er/sie/eshat gegeben
wirhaben gegeben
ihrhabt gegeben
sie/Siehaben gegeben
Advertisement

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van geben
PersoonVervoeging
ichwerde geben
duwirst geben
er/sie/eswird geben
wirwerden geben
ihrwerdet geben
sie/Siewerden geben

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van geben
PersoonVervoeging
ichgäbe
dugäbest
er/sie/esgäbe
wirgäben
ihrgäbet
sie/Siegäben

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van geben
PersoonVervoeging
dugib
wirgeben wir
ihrgebt
sie/Siegeben Sie

geben — veelgestelde vragen

Is geben een regelmatig werkwoord?
Nee — geben is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent geben?
geben is een werkwoord (Duits) dat "geven" betekent.