Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van gefallen (Duits)

gefallenbevallenonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van gefallen
PersoonVervoeging
ichgefalle
dugefällst
er/sie/esgefällt
wirgefallen
ihrgefallt
sie/Siegefallen

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van gefallen
PersoonVervoeging
ichgefiel
dugefielst
er/sie/esgefiel
wirgefielen
ihrgefielt
sie/Siegefielen

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van gefallen
PersoonVervoeging
ichhabe gefallen
duhast gefallen
er/sie/eshat gefallen
wirhaben gefallen
ihrhabt gefallen
sie/Siehaben gefallen
Advertisement

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van gefallen
PersoonVervoeging
ichwerde gefallen
duwirst gefallen
er/sie/eswird gefallen
wirwerden gefallen
ihrwerdet gefallen
sie/Siewerden gefallen

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van gefallen
PersoonVervoeging
ichgefiele
dugefielest
er/sie/esgefiele
wirgefielen
ihrgefielet
sie/Siegefielen

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van gefallen
PersoonVervoeging
dugefalle
wirgefallen wir
ihrgefallt
sie/Siegefallen Sie

gefallen — veelgestelde vragen

Is gefallen een regelmatig werkwoord?
Nee — gefallen is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent gefallen?
gefallen is een werkwoord (Duits) dat "bevallen" betekent.