Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van treffen (Duits)

treffenontmoeten, tegenkomenonregelmatig Bekijk het woord in context

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van treffen
PersoonVervoeging
ichtreffe
dutriffst
er/sie/estrifft
wirtreffen
ihrtrefft
sie/Sietreffen

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van treffen
PersoonVervoeging
ichtraf
dutrafst
er/sie/estraf
wirtrafen
ihrtraft
sie/Sietrafen

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van treffen
PersoonVervoeging
ichhabe getroffen
duhast getroffen
er/sie/eshat getroffen
wirhaben getroffen
ihrhabt getroffen
sie/Siehaben getroffen
Advertisement

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van treffen
PersoonVervoeging
ichwerde treffen
duwirst treffen
er/sie/eswird treffen
wirwerden treffen
ihrwerdet treffen
sie/Siewerden treffen

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van treffen
PersoonVervoeging
ichträfe
duträfest
er/sie/esträfe
wirträfen
ihrträfet
sie/Sieträfen

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van treffen
PersoonVervoeging
dutriff
wirtreffen wir
ihrtrefft
sie/Sietreffen Sie

treffen — veelgestelde vragen

Is treffen een regelmatig werkwoord?
Nee — treffen is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent treffen?
treffen is een werkwoord (Duits) dat "ontmoeten, tegenkomen" betekent.