aufmerksam vs. aufgepasst
Woordvergelijking Duits
Luister naar aufmerksam
Luister naar aufgepasst
| aufmerksam | aufgepasst |
|---|---|
AUF-merk-sam adjective | [ˈaʊfɡəˌpast] adjective |
| oplettend; goed aandacht gevend aan wat er gebeurt of wordt gezegd | alert, goed opgelet en klaar om iets op te merken of te reageren |
Hoe ze verschillen
„Aufgepasst“ legt meer nadruk op waakzaamheid en directe alertheid dan „aufmerksam“. Het klinkt ook vaker als een toestand of handeling: iemand heeft opgelet of moet opletten, terwijl „aufmerksam“ vaker een algemene eigenschap of houding beschrijft.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je aufmerksam: Gebruik „aufmerksam“ als je een bredere, neutralere beschrijving wilt geven van iemand die aandachtig is.
Wanneer gebruik je aufgepasst: Gebruik „aufgepasst“ als je wilt benadrukken dat iemand snel en alert heeft gereageerd op iets wat belangrijk is.
Voorbeelden naast elkaar
- Sei aufmerksam, wenn der Lehrer die Regeln erklärt.
(Wees aandachtig wanneer de leraar de regels uitlegt.) - Du hast gut aufgepasst und die Lösung sofort gefunden.
(Je hebt goed opgelet en de oplossing meteen gevonden.)
Register en nuance: „Aufgepasst“ is informeler en komt vaak in gesproken taal voor.