sich beeilen vs. sich sputen
Woordvergelijking Duits
Luister naar sich beeilen
Luister naar sich sputen
| sich beeilen | sich sputen |
|---|---|
zich behEI-len verb | [zɪç ˈʃpuːtn̩] verb |
| zich haasten; sneller handelen omdat je weinig tijd hebt | zich reppen; opschieten |
Hoe ze verschillen
«Sich sputen» betekent ook dat je sneller moet werken of ergens vlot naartoe moet gaan, maar het klinkt informeler en directer. Het heeft vaak een lichte aansporende toon, alsof iemand zegt dat je vaart moet maken.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je sich beeilen: Gebruik «sich beeilen» als je het neutraal en zonder extra druk wilt zeggen.
Wanneer gebruik je sich sputen: Gebruik «sich sputen» als je een informele, iets dringender of aansporende toon wilt.
Voorbeelden naast elkaar
- Wir müssen uns beeilen, sonst verpassen wir den Bus.
(We moeten ons haasten, anders missen we de bus.) - Sput dich, sonst sind wir zu spät.
(Schiet op, anders komen we te laat.)
Register en nuance: «Sich sputen» is informeel en komt vooral in gesproken taal voor.