verzögern vs. aufschieben
Woordvergelijking Duits
Luister naar verzögern
Luister naar aufschieben
| verzögern | aufschieben |
|---|---|
ver-ZÖ-gern verb | auf-SCHIE-ben verb |
| uitstellen of vertragen; ervoor zorgen dat iets later gebeurt dan gepland | iets bewust later doen; uitstellen |
Hoe ze verschillen
«Aufschieben» impliceert meestal een bewuste beslissing om iets later te doen. «Verzögern» beschrijft vaker een vertraging die ook door omstandigheden kan komen, zonder dat iemand het expres uitstelt.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je verzögern: Gebruik «verzögern» als de vertraging door een oorzaak, probleem of omstandigheid ontstaat.
Wanneer gebruik je aufschieben: Gebruik «aufschieben» als iemand iets expres later plant of niet meteen doet.
Voorbeelden naast elkaar
- Der Regen verzögert den Start des Spiels.
(De regen stelt de start van het spel uit.) - Er schiebt die Entscheidung immer wieder auf.
(Hij stelt de beslissing steeds weer uit.)
Register en nuance: «Aufschieben» is heel gebruikelijk in spreektaal en schrijftaal; het klinkt vaak persoonlijker dan «verzögern».