Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Archive.doc

Afrikaans Woord van de dag

Alle vorige woorden190 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-06-17helpwerkwoordhelpen; bijstand verlenen
2026-06-16nabyvoorzetsel / bijwoorddichtbij; in de buurt van iets of iemand
2026-06-15verskeieadjectiveverschillende; meer dan één; meerdere
2026-06-14houwerkwoordhouden, vasthouden; ook gebruiken voor 'iets leuk vinden' (hou van)
2026-06-13sienwerkwoordzien; visueel waarnemen of iets begrijpen
2026-06-12haalwerkwoordhalen; ergens naartoe gaan om iets te nemen of te verkrijgen (ook gebruikt in uitdrukkingsvormen zoals 'haal asem')
2026-06-11koszelfstandig naamwoordeten; voedsel
2026-06-10onthouwerkwoordzich iets herinneren; niet vergeten
2026-06-09geldzelfstandig naamwoordBetaalmiddel; munten, biljetten of banktegoeden — algemeen woord voor 'money'.
2026-06-08vriendzelfstandig naamwoordiemand met wie je een hechte band hebt; een kameraad of goede bekende
2026-06-07môrebijwoord / tussenwerpsel„morgen“ (de dag na vandaag); ook gebruikt als begroeting: „goedemorgen“
2026-06-06belangrikbijvoeglijk naamwoordbelangrijk; van groot betekenis of belang
2026-06-05huisnouneen woning of gebouw waarin iemand woont; thuis
2026-06-04dankietussenwerpselbedankt; dank je
2026-06-03slaapwerkwoordslapen; rusten (de handeling van in slaap zijn)
2026-06-02vandagbijwoordvandaag (de huidige dag)
2026-06-01vergeetwerkwoordniet meer herinneren; iets in je geheugen verliezen
2026-05-31wagwerkwoordwachten; even blijven totdat iets gebeurt
2026-05-30belwerkwoordiemand opbellen; telefoneren
2026-05-29skoonadjectiefschoon; niet vuil, netjes
Advertisement

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag