Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Archive.doc

Afrikaans Woord van de dag

Alle vorige woorden190 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-05-28praatwerkwoordspreken/praten; iets zeggen of een gesprek voeren
2026-05-27werkwoordzeggen; iets uitspreken of meedelen
2026-05-26werkzelfstandig naamwoord / werkwoordarbeid; bezigheid of baan waarmee iemand geld verdient; ook: de handeling van werken
2026-05-25eetwerkwoordeten; het consumeren van voedsel
2026-05-24aanvaarwerkwoordaccepteren; iets aannemen of toelaten
2026-05-23leeswerkwoordlezen; een tekst of boek doorlezen om de inhoud te begrijpen
2026-05-22winkelnouneen plaats waar goederen of producten verkocht worden; winkel, zaak
2026-05-21vrawerkwoordvragen; informatie of iets verzoeken
2026-05-20omgeewerkwoordzich bekommeren om; om iemand of iets geven
2026-05-19blywerkwoord / byvoeglike naamwoord1) ergens blijven of logeren; 2) blij/gelukkig zijn (zoals 'blij' in het Nederlands)
2026-05-18vinnigadjectief (ook bijwoord)snel; met hoge snelheid; vlug
2026-05-17skryfwerkwoordschrijven; iets neerzetten in tekstvorm (met de hand of op de computer)
2026-05-16kieswerkwoordkiezen; selecteren
2026-05-15rywerkwoordrijden; het besturen van een auto, het fietsen of het berijden van een dier
2026-05-14vensterzelfstandig naamwoordEen opening met glas in een muur die licht binnenlaat; raam.
2026-05-13dalkbijwoordmisschien; het geeft aan dat iets mogelijk is
2026-05-12sonskynnounzonneschijn; zonlicht
2026-05-11helpwerkwoord / zelfstandig naamwoordbijstand of iemand assisteer; zowel een werkwoord (helpen) als een zelfstandig naamwoord (hulp)
2026-05-10koopwerkwoordkopen; iets tegen betaling verkrijgen
2026-05-09saamadverbsamen; in elkaars geselskap of in samewerking
Advertisement

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag