Duits Woord van de dag
Alle vorige woorden — 194 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-07-12 | anfangen | werkwoord | beginnen; (met iets) starten |
| 2026-07-11 | erledigen | werkwoord | afhandelen; iets doen zodat het klaar of voltooid is |
| 2026-07-10 | einreichen | werkwoord | indienen (van documenten, aanvragen of formulieren) |
| 2026-07-09 | erlauben | werkwoord | toestaan; iemand toestemming geven om iets te doen |
| 2026-07-08 | nachfragen | werkwoord (scheidbaar) | navragen; om opheldering of aanvullende informatie vragen |
| 2026-07-07 | anmelden | werkwoord | zich registreren/inschrijven (bijv. voor een cursus, evenement of dienst); ook gebruiken voor 'inloggen' |
| 2026-07-06 | verfügbar | adjektiv | beschikbaar; aanwezig of vrij om gebruikt, gekocht of gekozen te worden |
| 2026-07-05 | reservieren | werkwoord (verb) | reserveren; iets van tevoren vastleggen, bijvoorbeeld een tafel, kamer of kaart |
| 2026-07-04 | suchen | werkwoord | zoeken; actief op zoek gaan naar iemand, iets of informatie |
| 2026-07-03 | brauchen | verb | nodig hebben; iets nodig vinden of vereisen |
| 2026-07-02 | zeigen | werkwoord | iemand iets laten zien; iets tonen |
| 2026-07-01 | vereinbaren | werkwoord | afspreken; overeenkomen; iets met iemand vastleggen (bijv. een afspraak of voorwaarden) |
| 2026-06-30 | bezahlen | verb | betalen (iets of een rekening betalen) |
| 2026-06-29 | eintragen | werkwoord (trennbares Verb) | invullen of inschrijven: iets in een lijst, formulier of agenda zetten |
| 2026-06-28 | besprechen | werkwoord | over iets praten of iets behandelen; samen onderwerpen, plannen of Probleme doornemen |
| 2026-06-27 | vergessen | werkwoord | iets uit het geheugen verliezen; zich iets niet (meer) herinneren |
| 2026-06-26 | probieren | werkwoord | Iets uitproberen of testen; ook: iets proeven (bij eten of drinken). |
| 2026-06-25 | bringen | werkwoord | iemand of iets naar een andere plaats brengen; iets afleveren of aan iemand overhandigen |
| 2026-06-24 | bestätigen | werkwoord | bevestigen; aangeven dat iets klopt, dat een afspraak of ontvangst bevestigd wordt, of dat iets officieel bevestigd is |
| 2026-06-23 | entscheiden | werkwoord | beslissen; een keuze maken |