Duits Woord van de dag
Alle vorige woorden — 195 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-06-23 | entscheiden | werkwoord | beslissen; een keuze maken |
| 2026-06-22 | helfen | werkwoord | iemand ondersteunen of assisteren; hulp geven |
| 2026-06-21 | warten | werkwoord | wachten; in afwachting zijn van iemand of iets |
| 2026-06-20 | öffnen | werkwoord | iets openmaken of toegankelijk maken; bijvoorbeeld een deur, raam, verpakking of een digitaal bestand openen |
| 2026-06-19 | merken | werkwoord | iets opmerken/waarnemen; ook: iets onthouden of zich iets herinneren |
| 2026-06-18 | anrufen | werkwoord (scheidbaar werkwoord) | iemand opbellen; telefonisch contact opnemen met iemand |
| 2026-06-17 | verstehen | werkwoord | begrijpen; iets mentaal snappen of inzien |
| 2026-06-16 | verschieben | werkwoord | iets naar een later tijdstip verplaatsen; uitstellen |
| 2026-06-15 | absagen | verb | afzeggen; zeggen dat iets niet doorgaat (bijv. een afspraak, reservering of uitnodiging) |
| 2026-06-14 | ändern | werkwoord | wijzigen; iets anders maken of aanpassen |
| 2026-06-13 | bestellen | werkwoord | iets (online, telefonisch of mondeling) aanvragen zodat het geleverd of klaargezet wordt; iets in opdracht geven |
| 2026-06-12 | abholen | verb (trennbares Verb) | iemand of iets ophalen: ergens naartoe gaan om een persoon of voorwerp mee te nemen (bijv. van het station, pakket ophalen, kinderen van school) |
| 2026-06-11 | vorbereiten | werkwoord | klaarmaken; de nodige stappen nemen zodat iets gereed is (bijv. een presentatie, reis of maaltijd) |
| 2026-06-10 | Termin | noun | Een afspraak; een afgesproken tijd voor een bezoek of bijeenkomst (bijv. dokter, kantoor, vergadering). |
| 2026-06-09 | erklären | werkwoord | uitleggen; iets duidelijk maken of toelichten |
| 2026-06-08 | mitnehmen | werkwoord | iets of iemand meenemen van de ene plek naar de andere; meenemen (bijvoorbeeld een tas, eten of een persoon) |
| 2026-06-07 | erinnern | werkwoord | Zich iets herinneren; iemand aan iets doen denken zodat diegene het niet vergeet. |
| 2026-06-06 | zufrieden | bijvoeglijk naamwoord | tevreden; een gevoel van voldoening of tevredenheid over iets |
| 2026-06-05 | leihen | werkwoord | iemand iets tijdelijk geven of van iemand tijdelijk gebruiken; lenen. In het Duits kan het zowel 'iemand iets lenen (uitlenen)' als 'zich iets lenen (lenen van iemand)' betekenen. |
| 2026-06-04 | anbieten | werkwoord | iemand iets ter beschikking stellen; iets aanbieden (bijv. hulp, producten, diensten) |