Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
treffen vs begegnen.doc

treffen vs. begegnen

Woordvergelijking Duits


Luister naar treffen
Luister naar begegnen
treffenbegegnen
TREF-fen
verb
[bəˈɡeːgnən]
verb
ontmoeten; iemand ergens zien of samenkomeniemand ontmoeten of iemand toevallig tegenkomen
Advertisement

Hoe ze verschillen

„Begegnen” legt meer nadruk op het feit dat je iemand tegenkomt of ontmoet, vaak onverwacht of toevallig. „Treffen” is breder en kan ook gepland afspreken betekenen, terwijl „begegnen” minder vaak voor een doelbewuste afspraak wordt gebruikt.

Wanneer gebruik je welk woord

Wanneer gebruik je treffen: Gebruik „treffen” als je zowel een geplande ontmoeting als iemand ergens tegenkomen wilt uitdrukken.

Wanneer gebruik je begegnen: Gebruik „begegnen” als je wilt benadrukken dat je iemand tegenkomt, meestal zonder dat het om een afspraak gaat.

Voorbeelden naast elkaar

  1. Ich treffe morgen meine Freundin im Café.
    (Ik spreek morgen met mijn vriendin af in het café.)
  2. Ich bin ihm gestern zufällig begegnet.
    (Ik ben hem gisteren toevallig tegengekomen.)
Register en nuance: „Begegnen” is normaal en neutraal, maar klinkt vaak iets formeler of zorgvuldiger dan het alledaagse „treffen”.

Meer vergelijkingen met treffen