treffen vs. begegnen
Woordvergelijking Duits
Luister naar treffen
Luister naar begegnen
| treffen | begegnen |
|---|---|
TREF-fen verb | [bəˈɡeːgnən] verb |
| ontmoeten; iemand ergens zien of samenkomen | iemand ontmoeten of iemand toevallig tegenkomen |
Hoe ze verschillen
„Begegnen” legt meer nadruk op het feit dat je iemand tegenkomt of ontmoet, vaak onverwacht of toevallig. „Treffen” is breder en kan ook gepland afspreken betekenen, terwijl „begegnen” minder vaak voor een doelbewuste afspraak wordt gebruikt.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je treffen: Gebruik „treffen” als je zowel een geplande ontmoeting als iemand ergens tegenkomen wilt uitdrukken.
Wanneer gebruik je begegnen: Gebruik „begegnen” als je wilt benadrukken dat je iemand tegenkomt, meestal zonder dat het om een afspraak gaat.
Voorbeelden naast elkaar
- Ich treffe morgen meine Freundin im Café.
(Ik spreek morgen met mijn vriendin af in het café.) - Ich bin ihm gestern zufällig begegnet.
(Ik ben hem gisteren toevallig tegengekomen.)
Register en nuance: „Begegnen” is normaal en neutraal, maar klinkt vaak iets formeler of zorgvuldiger dan het alledaagse „treffen”.