treffen vs. sehen
Woordvergelijking Duits
Luister naar treffen
Luister naar sehen
| treffen | sehen |
|---|---|
TREF-fen verb | [ˈzeːən] verb |
| ontmoeten; iemand ergens zien of samenkomen | iemand zien; iemand ontmoeten |
Hoe ze verschillen
„Sehen” benadrukt vooral het visuele contact: je ziet iemand, en uit de context blijkt dan dat er een ontmoeting is. „Treffen” zegt explicieter dat er echt een ontmoeting of afspraak plaatsvindt, niet alleen dat je elkaar ziet.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je treffen: Gebruik „treffen” als de ontmoeting zelf centraal staat.
Wanneer gebruik je sehen: Gebruik „sehen” als je in informele spreektaal gewoon wilt zeggen dat je iemand ontmoet of weer ziet.
Voorbeelden naast elkaar
- Wir treffen uns heute Abend mit Kollegen.
(We spreken vanavond af met collega’s.) - Wir sehen uns heute Abend mit Kollegen.
(We zien elkaar vanavond met collega’s / We spreken vanavond af met collega’s.)
Register en nuance: „Sehen” is heel algemeen en vooral spreektaal; als synoniem van „treffen” klinkt het vaak minder precies.