Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
treffen vs zusammenkommen.doc

treffen vs. zusammenkommen

Woordvergelijking Duits


Luister naar treffen
Luister naar zusammenkommen
treffenzusammenkommen
TREF-fen
verb
[tsuˈzamənˌkɔmən]
verb
ontmoeten; iemand ergens zien of samenkomensamenkomen; bijeenkomen
Advertisement

Hoe ze verschillen

„Zusammenkommen” gaat minder om twee personen elkaar ontmoeten en meer om meerdere mensen die zich op één plek verzamelen. „Treffen” kan ook een één-op-één-ontmoeting zijn, terwijl „zusammenkommen” meestal een groepssituatie of bijeenkomst suggereert.

Wanneer gebruik je welk woord

Wanneer gebruik je treffen: Gebruik „treffen” voor een normale ontmoeting tussen personen, ook met z’n tweeën.

Wanneer gebruik je zusammenkommen: Gebruik „zusammenkommen” als je wilt benadrukken dat mensen als groep samenkomen.

Voorbeelden naast elkaar

  1. Wir treffen uns morgen im Park.
    (We spreken morgen af in het park.)
  2. Die Familie kommt am Wochenende zusammen.
    (De familie komt in het weekend samen.)
Register en nuance: „Zusammenkommen” is vrij neutraal, maar klinkt iets afstandelijker en formeler dan „treffen” in alledaags gesprek.

Meer vergelijkingen met treffen