Duits Woord van de dag
Alle vorige woorden — 195 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-06-03 | suchen | werkwoord | zoeken; actief iets of iemand proberen te vinden |
| 2026-06-02 | ausgeben | werkwoord | geld uitgeven; iets betalen of besteden; ook: iemand trakteren of iets uitgeven (publicatie/uitgifte) |
| 2026-06-01 | anmelden | werkwoord (reflexief of transitief) | zich registreren of inschrijven; aangeven dat je ergens deelneemt of toegang wilt (bijv. voor een cursus, evenement of op een website) |
| 2026-05-31 | vereinbaren | werkwoord | iets afspreken of overeenkomen; bijvoorbeeld een afspraak, tijd of voorwaarden vastleggen |
| 2026-05-30 | bezahlen | werkwoord | betalen; iets of iemand financieel voldoen (bijvoorbeeld een rekening, een product of een dienst) |
| 2026-05-29 | vergleichen | werkwoord | iets vergelijken met iets anders om overeenkomsten en verschillen te zien; prijzen, opties of eigenschappen naast elkaar zetten. |
| 2026-05-28 | erzählen | verb | iemand iets vertellen; mondeling een verhaal, gebeurtenis of informatie overbrengen |
| 2026-05-27 | kaufen | verb | kopen; iets tegen betaling verkrijgen |
| 2026-05-26 | brauchen | werkwoord | nodig hebben |
| 2026-05-25 | vorschlagen | werkwoord (Verb) | iemand iets voorstellen of een idee/plan aanraden |
| 2026-05-24 | vielleicht | bijwoord | misschien; geeft onzekerheid of mogelijkheid aan |
| 2026-05-23 | bekommen | werkwoord | krijgen; iets ontvangen |
| 2026-05-22 | aufstehen | werkwoord | opstaan; uit bed komen; (ook) rechtop gaan staan |
| 2026-05-21 | ausprobieren | werkwoord | iets uitproberen of uittesten om te zien of het werkt of bevalt |
| 2026-05-20 | erlauben | werkwoord | toestaan; iemand toestemming geven om iets te doen |
| 2026-05-19 | ankommen | werkwoord | aankomen; arriveren; op een plaats of tijdstip arriveren |
| 2026-05-18 | öffnen | werkwoord | openen; iets opendoen of toegankelijk maken (bijv. raam, deur, bestand, winkel) |
| 2026-05-17 | warten | werkwoord | wachten; blijven wachten op iemand of iets |
| 2026-05-16 | einfach | bijvoeglijk naamwoord / bijwoord | eenvoudig; gemakkelijk; kan ook als bijwoord gebruikt worden met de betekenis 'gewoon' of 'simply' (bijvoorbeeld: gewoon even). |
| 2026-05-15 | vergessen | verb | iets niet meer in je geheugen hebben; niet onthouden |