Japans Woord van de dag
Alle vorige woorden — 188 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-06-15 | 待つ | werkwoord (godan-werkwoord) | wachten; blijven tot iets of iemand arriveert of iets gebeurt |
| 2026-06-14 | 掃除する | werkwoord (suru-werkwoord) | schoonmaken; het opruimen en reinigen van een ruimte of voorwerpen |
| 2026-06-13 | 座る | werkwoord | zitten; plaatsnemen (op een stoel, op de grond, enz.) |
| 2026-06-12 | 持つ | werkwoord | hebben, vasthouden of dragen; iets in je hand of bij je dragen of in bezit hebben |
| 2026-06-11 | 閉める | werkwoord (transitief) | sluiten; iets dichtmaken (bijv. een deur of raam) |
| 2026-06-10 | 行く | werkwoord | ergens naartoe gaan; zich verplaatsen naar een andere plaats |
| 2026-06-09 | 帰る | werkwoord (intransitief) | terugkeren; naar huis gaan |
| 2026-06-08 | 立つ | werkwoord (intransitief) | staan; opstaan (intransitief), rechtop komen |
| 2026-06-07 | 開ける | werkwoord (transitief) | openen; iets (zoals een deur, raam of doos) opendoen |
| 2026-06-06 | 見る | werkwoord | zien; kijken; bekijken |
| 2026-06-05 | 洗う(あらう) | werkwoord (transitief) | wassen; schoonmaken (met water) |
| 2026-06-04 | 着る(きる) | werkwoord | aantrekken (kleding, meestal bovenlichaam); dragen |
| 2026-06-03 | 走る | werkwoord | rennen; snel te voet bewegen |
| 2026-06-02 | 予約(よやく) | zelfstandig naamwoord (名詞) | reservering; afspraak vooraf voor een dienst (bijv. restaurant, hotel, dokter) |
| 2026-06-01 | 作る | werkwoord | maken; (iets) vervaardigen of bereiden |
| 2026-05-31 | 話す | werkwoord | spreken; praten (zich verbaal uitdrukken) |
| 2026-05-30 | 遅れる | werkwoord (自動詞) | te laat komen; niet op tijd zijn |
| 2026-05-29 | 便利(べんり) | bijvoeglijk naamwoord (na-adjectief) | handig, praktisch; iets dat het leven of een taak makkelijker maakt |
| 2026-05-28 | 静か | bijvoeglijk naamwoord (na-adjectief) | rustig, kalm; gebruikt om een omgeving of sfeer zonder veel geluid of beweging te beschrijven |
| 2026-05-27 | 急ぐ | werkwoord | zich haasten; snel handelen om op tijd te zijn |